CHECKLIST AUTISME

Een kind met autisme heeft weinig belangstelling voor leeftijdsgenoten of heeft gepaste omgang met leeftijdsgenootjes. Zo zal een kind met ASS meer omgaan met kinderen die jonger zijn dan hem/haar zelf, omdat ze op die kinderen meer grip hebben dan op leeftijdsgenootjes.

Taal wordt niet als communicatiemiddel gebruikt. Het kind zal meer papagaaien (= napraten). Of ze zullen in een gesprek, het gesprek steeds weer in een bepaalde richting sturen. Een richting van een onderwerp dat hen zelf sterk bezighoudt. Op dit punt wordt een kind met autisme vaak als stoorzender gezien.

Een kind met ASS heeft een beperkt spel met een herhalend karakter en ongewone interesses. Omdat een kind graag veiligheid wil, zal het steeds met het zelfde speelgoed spelen of met alles heel even spelen om vervolgens het volgende speelgoedje weer te pakken. Het kind kan ook helemaal geobsedeerd zijn door bijvoorbeeld kleine diertjes en zal er alles voor doen om ze te vinden.

Het kan geen betekenis geven aan gebeurtenissen.Alle gebeurtenissen staan los van al het voorgaande dat er gebeurt is. Een kind met ASS ziet geen verbanden tussen de gebeurtenissen en zal alles zien als een nieuwe gebeurtenis.

Een kind met ASS is in zichzelf gekeerd. Het kan geen aandacht delen met anderen voor bepaalde onderwerpen. Als een kind zijn aandacht focust op een bepaald onderwerp kan het volledig in zijn spel opgaan dat er geen ruimte is voor een ander. Een ander kan zijn spel beïnvloeden en dan is het spel is niet veilig meer. De ander wordt buitengesloten van de activiteit.

Het kind wordt omschreven als: vreemd, nukkig, ongehoorzaam of uiterst koppig.

Is sterk gehecht aan één ouder.

Autisme heeft effect op meerdere ontwikkelingsgebieden van het kind namelijk:

  • Sociale vaardigheden
  • Taal en voorstellingsvermogen
  • Ruimtelijke oriëntatie (positie in tijd en ruimte)
  • Begrip van de dagelijkse wereld
  • Motoriek
  • Zelfbeeld
  • Gevoelens en emoties
  • Fantasie